PSSM

PSSM is de afkorting voor PolySaccharide Storage Myopathy, een spierziekte (myopathie) die te maken heeft met de opslag (opslag) van suikers (polysacchariden). Andere gebruikte afkortingen voor PSSM zijn EPSM en EPSSM, waarbij de E staat voor Equine. PSSM komt voor bij Quarters, Paints en American Appaloosa's, maar ook bij trekpaarden, trekpaardkruissingen en warmbloeden. In Nederland zijn naast Quarters, Paints en Appaloosa's ook Haflingers en Tinkers gevonden die PSSM hebben. De AQHA heeft vanaf 1995 geld beschikbaar gesteld voor onderzoek naar de ziekte. Veel onderzoek naar PSSM wordt gedaan door de groep van Dr. Valberg op de Universiteit van Minnesota.

Bij een gezond paard worden suikers in de vorm van glycogeen opgeslagen in de spieren onder invloed van het hormoon insuline dat afgegeven wordt door de alvleesklier in de bloedbaan in een reactie op een hydraatrijke (=suiker) maaltijd. Insuline stimuleert de spier om suiker op te nemen uit de bloedbaan en het stimuleert het glycogeen synthase-enzym in de suiker om te zetten in glycogeen en dit op te slaan in de spier. Moet er over gegaan tot actie dan kan dit glycogeen weer worden vrijgemaakt en omgezet worden in brandstof voor de spieren.

De spiercellen bij paarden met PSSM nemen suiker op uit de bloedbaan en transporteren deze spieren in, dit gaat veel sneller dan bij een gezond paard. Ook maken ze in hun spiercellen veel meer glycogeen aan dan een gezond paard. Dit bouwt zich een abnormale hoeveelheid van het normale glycogeen op in de spieren, dit kan wel 3 maal meer zijn dan bij een gezond paard. De spieren van een paard met PSSM zijn vanaf een leeftijd van 6 maanden erg gevoelig voor insuline.

Er wordt momenteel veel onderzoek gedaan naar aandoeningen die dezelfde problemen geven als PSSM maar dit technisch gezien niet zijn. De oorzaak van dit type PSSM is geen suikeropslagprobleem, maar een chronisch, aangeboren spierafbraakprobleem. Voorlopig worden deze aandoeningen geschaard onder de noemer “PSSM type 2” , ook goed vastgelegd als “PSSM2”. Wij volgen deze komende op de voet en komen deze ook op deze site presenteren.

Van PSSM bestaat uit twee typen: Type 1 en Type 2, ook goed ondersteund als PSSM1 en PSSM2. inmiddels zijn er binnen PSSM2 varianten ontdekt. 
P1 is de aanduiding voor het gen dat verantwoordelijk is voor het ziektebeeld van PSSM type 1 (PSSM1). 
P2, P3, P4, P5 en Px zijn de aanduiddingen voor genen die verantwoordelijk zijn voor het ziektebeeld van PSSM type 2 (PSSM2).

Type 1 is terug te leiden tot koudbloedpaarden en komt voor bij onder andere Quarters, Paints, Appaloosa's, Tinkers, Haflingers, Morgans en enkele trekpaard- en warmbloedrassen. Type 2 komt terug op de herleiden op de volbloed en de gevolgen voor bij alle daaruit voortvloeiende rassen zoals Quarters, Paints, Appaloosa's, Arabieren, warmbloeden, racepaarden en andere lichtere paardenrassen. De symptomen van beide typen zijn ongelijk.

Wanneer mannen vermoedent dat een paard aan PSSM, is het verstandig eerst de bereid test voor PSSM type 1 te doen. Dit kan door haren in te sturen naar een laboratorium. Het is nog steeds altijd een sterk vermoeden op de basis van bloedwaarden, dan kan men besluiten een risicobiopt te laten nemen door de dierenarts om PSSM type 2 van een bloedmonster opsturen om te testen op de aanwezigheid van de genen P2, P3, P4, P5 en/of Px.

PSSM Type 1, ook goed verwerkt als PSSM1, is een suikeropslagprobleem in de lichaamsbloedrassen afgeleide paardenrassen, zoals Quarters, Paints, Haflingers, Tinkers, Morgans, trekpaarden en een aantal warmebloedrassen.

PSSM Type 2, ook goed ontwikkeld als PSSM2 is een aangeboren (genetisch bepaald) chronisch spierafbraakprobleem dat veroorzaakt bij een uiteenlopend aantal paardenrassen

Uit onderzoek is aangetoond dat PSSM type 1 erfelijk is en dominant is. Dat wil zeggen wanneer één van de ouders de genetische mutatie die PSSM veroorzaakt doorgeeft aan de nakomeling, het paard zal lijden aan PSSM. De genen die tot nu toe zijn die PSSM type 2 veroorzaken semi wordendominant genoemd: één van de ouders de gegenereerde mutatie die PSSM veroorzaakt doorgeeft aan de nakomeling, het paard zal lijden aan PSSM en wanneer beide ouders de mutatie die PSSM veroorzaakt geven aan de nakomeling, het paard symptomatisch zal zijn met een enkele kopie van het gen. 
Gezien de pijn en het lijden van paarden met PSSM is het lijden met dieren die de ziekte hebben erg af te raden.

Symptomen van paarden met PSSM worden vaak gecombineerd met de kenmerken van spierbevangenheid van vastmaken zoals duidelijk waarneembare spierstijfheid, golven en niet meer willen. Veel paarden met PSSM type 1 hebben wel eens met een dergelijke aanval te hebben gehad (maar niet allemaal!), maar met naam paarden met PSSM type 2 kunnen veel meer van minder eenvoudige symptomen laten zien, zoals: 
– stijfheid/stramheid 
– het paard lijkt lui of niet vooruit te komen 
– gespannen buik (dit geeft vaak een beeld dat is met koliek) 
– het paard geeft aan zadelen en aansingelen zeer onprettig te vinden 
– het paard is moeilijk te trainen en laat mogelijk probleemgedrag zien zoals bokken, staken van steigeren
– spierspasmen over het hele lichaam, maar vaak op de flanken, hals en schouders 
– het paard wil niet maar zich uit als het moet plassen 
(“pain face”, zich afzonderen van de kudde, een gelaten) houding) 
– veel golven 
– harde spieren, met naam op de achterhand 
– schrapen met de voorvoeten 
– beginnen het trainen willen rollen 
– het lichaam en met naam de achterhand schuren aan wanden van andere objecten van hier met de achterhand op leunen 
– moeite hun voeten omhoog te houden voor de 
smid

– donkere, koffiekleurige urine (bij zware aanvallen) 
– in hele zware gevallen zelfs neervallen 
De mate waarin PSSM zich uit kan variëren, waarschijnlijk als gevolg van omgevingsfactoren als het voedingspatroon en de opbouw van training van de paarden.

Redelijk typerend aan paarden met PSSM is dat ze moeite kunnen hebben met buigingen, verzameling, achterwaarts gaan, langere en galopperen als ze symptomatisch zijn. Dat laatste ("als ze symptomatisch zijn") is belangrijk om in het achterhoofd te houden, want veel paarden met PSSM gaan door fases van meer en minder tot niet symptomatisch zijn, resulteert in goede periodes lijkt alsof er niks aan de hand is.
De aard van de symptomen kan behoorlijk uiteenlopen, zelfs bij één en hetzelfde paard. Veel van deze symptomen zijn algemene pijnsymptomen vaak moeilijk is een diagnose te stellen. Een veel voorkomend beeld is dat paarden die uiteindelijk de diagnose PSSM krijgen, al eens diagnoses als koliek, hoefbevangenheid, knieblessure, problemen van trainingsproblemen hebben gekregen. In ernstige gevallen wordt vaak richting een neurologisch probleem gedacht, omdat het paard geen controle lijkt te hebben over het lichaam. Ook Lyme en EPM kunnen qua klachten erg op PSSM lijken. Testen biedt uitsluitsel.

De symptomen van PSSM2 zijn, vooral na inspanning en bij PSSM2 slechts licht of zelfs niet tot niet verminderen . PSSM2 uit zich in een later stadium vaak zichtbaar in spierschade en spierverval, afwijkend gangwerk en wisselende kreupelheden gedurende langere tijd en röntgenologisch geen afwijkende te stellen zijn. Paarden met PSSM2 hebben vaak een erg hoge spierspanning (spiertonus).

Veel paarden met PSSM type 1 lopen vaak na bijvoorbeeld 10 a 20 minuten warme stappen en draven “vast”, vaak in de klassieke uiting van spierbevangenheid. Bij PSSM type 2 blijft het vaak meer bij algemene stoornis, afwijkend gangwerk en afnemende prestatie, komt ook klassieke spierbevangenheid ook bij PSSM type 2 wel voor.

Bovengenoemde spierschade en spierverval nemen bij sommige PSSM2 paarden een heel herkenbare vorm aan. Er vallen, vaak van het ene moment op het andere, "gaten" in de bespiering van het paard. Deze gaten komen vaak voor op de achterhand en/of de schouders van een paard. In het Engels noemen ze dit soort gaten als "divots", refererend aan de schade aan de grasmat van een misslag bij het golven). Divots kunnen ook de vorm aannemen van een soort rimpel- of golfvorming onder de huid.

Afwijkend  gangwerk kan zich uiten in de vorm van  bijvoorbeeld touw wandelen elkaar tijdens het galoperen. Ook wordt vaak een ongecoördineerde van bewegen gemeld zonder dat het paard echt kreupel is. Gedurende deze periode kunnen er zich niet voordoen. Vaak zijn PSSMers paarden waar al veel mee is gedokterd, maar waarvoor nooit een sluitende diagnose is gesteld.

Het komt vaak voor dat een PSSM aanval leidt tot een paard dat niet meer kan staan, maar het komt wel voor. Deze paarden hebben vaak koffiekleurige urine als gevolg van spierafbraak. Spiereiwitten komen dan in de bloedbaan terecht en gaan daar vandaan naar de urine. Wanneer dit gebeurt, moet het heel serieus worden genomen omdat het de nieren van het paard kan schaden. Jonge veulen met PSSM hebben soms symptomen van spierpijn en zwakte. uitvoeren uit dit zich wanneer er sprake is van een andere infectie, zoals een verkoudheid van diarree. Sommige veulens jaarlingen, met naam met de PSSM type 2 variant, kunnen spierkracht ontwikkelen en moeite hebben met opstaan bij dagelijkse activiteiten.

Bij de trekpaarden, trekpaardkruissingen en warmbloeden met PSSM verschillen de klinische symptomen vaak van die van de Quarter-gerelateerde rassen. Deze paarden laten vaak vaak spieren en spierzwakte zien en hebben moeite met spieropbouw van de achterhand.

PSSM en het hart

Veel eigenaren van paarden met PSSM zijn bang dat de binding ook op het hart kan slaan. Uit een recent onderzoek met gezonde paarden en paarden met PSSM (type 1) zijn geen ontstaan dat paarden met PSSM meer hartproblemen hebben. Dit heeft waarschijnlijk te samenstelling met het verschil in spiervezel maken tussen de hartspier en skeletspieren. Er zijn namelijk 3 typen spiervezels: 1, 2a en 2x. 1 dagelijkse routine de energie uit de vetstofwisseling.
De 2a en 2x delen uit de vetstofwisseling, maar vooral uit de glycogeenstofwisseling. De hartspier bestaat met naam uit type 1 vezels en is daardoor veel minder gevoelig voor pssm dan de 2a en 2x. Verder gaven de onderzoekers aan dat het hart continu werkt in de geest van de skeletspieren die ook rustperiodes hebben, het hart minder gevoelig is voor de toename in suikers en minder gevoelig voor de samenhangende spierproblemen. Wel zijn er optreden van accuut hartfalen ten gevolgen van massale spierschade.

PSSM geeft een resultaat scala en symptomen en zorgt voor veel pijn en lijden bij de paarden. Aangezien het gaat om een erfelijke aandoening, kan door selectief fokken voorkomen worden dat het wordt doorgegeven. Men heeft wel vermoedens vermoedens welke bloedlijnen PSSM dragen en er zijn anwijzingen dat het besloten in meer lijnen dan in andere. De PSSM genen zijn al oude genen en wijd verspreid over vele rassen en vele lijnen. Het is dus altijd verstandig alle fokmerries en dekhengsten te testen op PSSM. Dieren die PSSM hebben, kunnen worden uitgesloten van de fokkerij. De allerbeste manier om PSSM te voorkomen bij paarden, is door niet te fokken met paarden die het hebben! Ook is het zeker verstandige paarden te testen waarbij mannen of meer van de PSSM vaardigheden.

TESTEN OP PSSM TYPE 1

Een test op PSSM type 1 kan voor $40 worden gedaan bij Animal Genetics in Florida. Hier moet je een klein plukje manen of staartharen trekken en deze opsturen met een aanvraagformulier. Zie  www.horsetesting.com/pssm.htm
 Ook kun je ervoor kiezen een 5-panel test te laten, dan wordt er naast PSSM ook getest op HYPP, Herda, MH en GBED. De kosten hiervan zijn $95, zie  http://www.animalgenetics.us/Equine/Genetic_Disease/Index.asp

Andere opties zijn het Equine Neuromuscular and Genetics Diagnostic Laboratory van de University of Minnesota, het laboratorium van UC Davis (University of California-Davis), Etalon (Del Mar, Californië), Laboklin in Duitsland en in Nederland  www.laboklin.nl het Dr Van Haeringen Laboratorium te Wageningen. Zie  www.vhlgenetics.com .

TESTEN OP PSSM TYPE 2 
Tot kort was het alleen mogelijk om door middel van een spierbiopt vast te stellen van een paard PSSM type 2 heeft. Deze mogelijkheid is nog altijd de enige wetenschappelijk bewezen diagnostische test, maar men heeft rekening mee te houden dat de uitslag van de test een beeld geeft van de toestand in de spier op dat moment. Het is, met andere woorden, een momentopname. Komt een biopt dus negatief terug, dan wil dit niet per definitie zeggen dat een paard geen PSSM type 2 / MFM heeft.

Het Amerikaanse bedrijf EquiSeq heeft reeds verschillende genen gevonden die verantwoordelijk zijn voor PSSM type 2. Zij noemen deze voorlopig P2, P3, P4 en Px. Zij zijn op dit moment hun onderzoeksresultaten aan het voorbereiden voor publicatie, maar bieden al wel de PSSM type 2 test aan als paneltest. Zie  www.equiseq.com   . Voorheen was het voor paardeneigenaren buiten Europa slechts mogelijk om een bloedmonstertje in te sturen, maar sinds 1 augustus 2018 is de PSSM type 2 / MFM paneltest voor P2, P3, P4 en Px met een haarmonster beschikbaar in Europa via  www.centerforanimalgenetics.com / !

Het management van een paard is gebaseerd op aanvallen van spierbevangenheid. Echter kan het nog altijd mis gaan. 
Vermoed je dat je paard een aanval van vastbinden heeft, dan is het erg belangrijk in elk geval de volgende dingen te doen:

• Stop direct met werken met het paard en zet het paard op stal. Dwing het paard niet om verder te werken. 
• Bel je dierenarts. 
• Leg het paard een deken op bij kouder weer en spuit het paard als het zweet bij warm weer. 
• Kijk of je paard uitgedroogd is, door het golven. Dit kun je doen door een beetje huid tussen duim en wijsvinger te nemen, de huid hoort makkelijk terug te zakken als het paard niet uitgedroogd is. Ook hoort het speeksel goed vloeibaar te zijn en niet plakkerig.
• Geef je paard water, helling met elektrolyten erin. Zorg dat je paard als hij erg zweet niet teveel water in één keer drinkt. Is je paard afgekoeld dan mag het paard drinken zoveel hij wil. Is je paard echt uitgedroogd, dan kan de dierenarts zelfs besloten intravenues (in de ader) vocht toe te dienen. 
• Om de pijn te verminderen kan je dierenarts een pijnstiller toedienen. 
• Verwijder het krachtvoer, geef alleen hooi te verminderen. 
• Geef je paard een kleine paddock als het paard weer uit zichzelf wil bewegen, meestal tussen 12 en 24uur na de aanval. Dit is dat je druk wordt op stal als andere paarden

Gelukkig kunnen spieren hiel goed herstellen. Na een aanval van tying-up herstellen de spiercellen meestal in 3 a 4 weken zonder littekens. Het is wel mogelijk dat de spiermassa afneemt na een hele heftige aanval van tying-up, dot komt omdat het lichaam de kapotte eiwitten verwijderd. uitgevoerd is de spiermassa weer op het oude niveau na 2 tot 4 maanden.

Bij het management (voeding, huisvesting en beweging) van een paard met PSSM rekening te worden gehouden met welk type PSSM het paard heeft (type 1 of type2).

PSSM TYPE 1 – voeding

Vanwege de overdadige suikeropslag in de spieren is het zaak een PSSMer zo suikerarm mogelijk te voeren. Maar liefst eigenlijk minder dan 10% suikers mag bevatten – het liefst veel minder! Dit geldt zowel voor het ruwvoer als krachtvoer, maar ook voor een tussendoortjes en beloningen natuurlijk natuurlijk ook mee. Veruit de meeste paardensnoepjes die in de winkel verkrijgbaar zijn veel te veel suiker voor, maar ook wortelen, appels en ander fruit zijn door hun hoge suiker ongeschikt voor paarden met PSSM type 1. Let op, koolhydratengehalte en suikers zijn ook suikers!

Omdat PSSMers suiker snel opslaan en te langzaam vrij laten komen, is het ook zaak om ervoor te zorgen dat er geen pieken ontstaan in de suikeropname, willen worden de maximale suikeropname van de spieren van een PSSMer al overleden, later het paard accuut symptomatisch kan worden. Om deze kan een klein stukje wortel van een stukje brood al voor problemen, want dit kan al een suikerpiek veroorzaken. Ook gras is om die meestal geen geschikt voer voor een PSSMer. Onder invloed van bijvoorbeeld het weer verandert het suikergehalte van gras gedurende de dag (en nacht!) constant. De instabiliteit van het suikergehalte van gras maakt het voor de meeste PSSMers een op voedingsmiddel. Nederlands gras is over het algemeen van oorsprong ontwikkeld voor koeien, die een hoog suikergehalte nodig hebben voor de melkproductie. Om die reden is English gras meestal niet geschikt voor PSSMers. Sommige PSSMers kunnen met een grasmasker op toch (beperkt) op de wei.

Tot nu toe is er besproken over suikers. Dit is uiteindelijk het probleem waar een PSSMer mee kampt. Sommige voeding zijn geen suiker, maar goed verwerkt in suiker verwerkt. Deze voedingsmiddelen zijn rijk aan koolhydraten. Granen zijn hier een goed voorbeeld van. Granen zijn ook niet geschikt voor paarden met PSSM type 1.

Veel voedingsmiddelen die wij als normaal paardenvoer aanleg zijn vanwege hun te hoge suikergehalte ongeschikt voor paarden met PSSM type 1. Voorbeelden van ongeschikte voedingsmiddelen voor PSSMers zijn: granen, fruit, wortelen, paardensnoepjes, melasse, brood, suikerklontjes, mais, etc.

De basis voor een PSSMer –zoals bij elk paard- is ruwvoer. Zoals we gezien hebben, is gras mogelijk geen ruwvoer voor PSSMers, maar liefst zo arm mogelijk. Helaas is er geen enkele manier om aan het hooi zelf te zien hoe suikerrijk het is. De enige manier om te weten hoeveel suikers er in het hooi zitten, is om het hooi te laten testen. Indien dit niet tot de mogelijkheden behoort, is het geval het paard goed in de gaten te houden om te zien hoe het op het hooi reageert.

Om ook met het ruwvoer suikerpieken zoveel mogelijk te voorkomen, is het een goed om te proberen het paard zo langzaam mogelijk te laten eten om zo de voedsel- en daarme de suikerinname van het paard zoveel mogelijk uit te spreiden over de dag. Zogenaamde slow slowfeeders zoals fijnmazige hooinetten zijn een uitkomst.

De meeste paarden hebben aan hooi genoeg voor hun energie. Slechts wanneer het aantal kilo's hooi dat je paard op een dag krijgt niet genoeg energie kan leveren voor de benodigde arbeid, is het noodzakelijke energie bij te gaan voeren. Een goed alternatief voor suikers als energiebron is vet. Geschikte vetbronnen voor paarden zijn bv lijnzaadolie of gemicroniseerd lijnzaad, saffloerolie of cocosolie . Voor wat hoeveelheid moet gedacht worden in de richting van een half kopje tot twee kopjes per dag (grofweg 100 tot 500 ml), afhankelijk van behoefte. Het is verstandig om het bijvoeren van olie geleidelijk in te voeren. Een paard dat de vetten niet volledig gebruikt door middel van het risico insulineresistent te worden.

Hoewel het Nederlandse hooi genoeg energie bevat, zijn andere niet altijd voldoende, teveel van niet in de juiste verhouding aanwezig. Dit kan op een PSSMer een groter effect hebben dan op een normaal paard. PSSMers lijken over het algemeen sowieso bevattelijker voor ziektes en aandoeningen. Het is niet precies bekend hoe dat komt. Ook hier is een hooianalyse van de beste richtlijn, maar waar dit niet mogelijk is, is een balancer vaak een goed idee. In Nederland geproduceerde balancers zijn afgestemd op in Nederland vaak mislukte en scheve keuzes in het hooi en dus vaak de betere keuzes. Let bij de keuze van een balancer van vitaminepreparaat goed op de grondstoffen en het suikergehalte van het product!

Veel eigenaren van PSSMers hebben dat het geven van extra magnesium een PSSMer kunnen helpen om zacht te blijven in de spieren. Een teveel aan calcium werkt de opname van magnesium tegen, dus het is ook verstandig een PSSMer geen extra calcium bij te voeren als deze magnesium krijgt.

Veel PSSMers hebben baat bij extra Vitamine E. Vitamine E zit voornamelijk in groenvoer en is niet tegen gras kunnen, is het van belang dit aan te vullen. Selenium bevordert de opname van Vitamine E en ziet je dat in alle Vitamine E supplementen ook selenium zit. Er wordt vaak gevreesd voor een teveel aan selenium in de voeding van het paard omdat dit toxisch kan zijn en daarom zit in de handelsproducten een vrij lage dosering selenium. Dit is een prima voorzorgsmaatregel, maar er zijn in Nederland ook gebieden met seleniumarme grond en een seleniumtekort uit zich ook bij normale paarden in spierproblemen. Voor PSSMers is het dus extra belangrijk om na te gaan van het paard voldoende selenium binnen krijgt in de voeding.

Paarden ontvangen altijd te weinig tot de meeste mensen . Zout is belangrijk voor de elektrolytenhuishouding van het paard. Elektrolyten zijn van invloed op de spierfunctionaliteit en zijn daarmee van belang. Het is dus een goed idee om je paard altijd de beschikking te geven over een zoutblok. Liefst nog doe je wat extra zout door het voer.

Het lastige bij PSSMers is dat elk paard anders kan reageren op gekozen voedingsmiddelen en supplementen. Het is een kwestie van uitproberen wat voor elk advies werkt.

PSSM type 1 – beweging

Een paard met PSSM heeft baat bij zoveel mogelijk beweging. Dagelijkse beweging belangrijk voor het verbruik van glucose. vergroot bij dagelijkse beweging de energiehuishouding in de skeletspieren. Een verlengde rust na een aanval van vastbinden werkt vaak averechts en paard kwetsbaarheid voor nieuwe aanvallen. Voor een paard met PSSM is het belangrijk op een kleine paddock te staan zodra het paard weer wil bewegen na een aanval. Tijdens heeft het paard baat bij een zo groot mogelijk, liefst met soortgenoten en zoveel mogelijk uren per dag. Dagelijks op een groot stuk grond met soortgenoten kan erg bijdragen aan het voorkomen van nieuwe aanvallen omdat het de energiestofwisseling versterkt. Het liefst zien we de paarden op de weide, maar hoewel de beweging bij weidegang heel goed is voor een PSSM-er, is vooral het Nederlandse gras niet altijd geschikt voor ze. Veel PSSM-ers kunnen helemaal niet meer op de wei, omdat de voedingswaarde te onvoorspelbaar is. Stressvolle gebeurtenissen en een stressvolle omgeving plannen worden voor een paard met PSSM.

Na een aanval van vastbinden moet de training rustig blijven worden. Daarbij is het belangrijk dat het paard kan wennen aan een nieuw begin (ongeveer 2 weken). Verder is de duur van de training dan de intensiteit. Vijf minuten stap en/of ontwerp per dag is voldoende de eerste dagen, daarna kan het elke dag met 2 minuten worden verlengd. Als het paard een training 15 minuten aankan, kan een pauze van 5 minuten stap worden en daarna kan worden gevolgd tot een aantal van stap en draf. Voor er overgegaan wordt tot de galop, moeten er zeker 3 weken van stap en ontwerp aan vooraf gegaan zijn. De opbouw van de training moet geleidelijk gaan en ook consequent worden doorgezet. Rustdagen moeten zoveel mogelijk operaties worden. Het is belangrijk dat het paard elke dag beweegt.

Het is gebleken dat PSSM-ers het dieet aanpaste en zorgden voor een consequente beweging de aanvallen, in 75% van de gevallen geen nieuwe aanvallen van tying-up kregen. Men vond in onderzoek dat wanneer alleen het dieet wordt aangepast, 50% van de paarden met PSSM verbeterden. Ook zowel het dieet als de beweging werden aangepast, verbeterd 90% van de paarden. De paarden hadden minder aanvallen van vastbinden. Paarden met PSSM blijven echter altijd gevoelig voor nieuwe aanvallen. Als mannen vermoeden dat ze laatste hebben, bijvoorbeeld als er een verstoring in het trainingsprogramma is geweest van het paard ziek is door een andere oorzaak, moet men weer teruggaan naar een rustig trainingsschema en geleidelijk weer opbouwen.

Het moeilijkste aan het hebben van een paard met PSSM zijn de, het gevolg zijn qua training, het dragen van het voer en de extra kosten die het met zich meebrengt. Bovendien is het lastig uit te vinden wat voor welke PSSM-er goed werkt, paarden met PSSM zijn daarom moeilijk te beheren. Er wordt tegen dat veel paarden met PSSM leuke en goede rij en werkdieren zijn, maar voor eigenaren van een PSSM-er bleek dit in de praktijk erg te vallen.

PSSM type 2 – voeding

Paarden met PSSM type 2 worden geboren met een constante spierafbraak van binnenuit. Hierdoor kan een paard met PSSM type 2 een continu (sterk verhoogd!) nodig zijn bij de aanmaak en reparatie van spierweefsel. Eiwitten bestaan simpel gezegd uit een keten van aminozuren. Ontbreken er ontstaan compleet zijn, resulteren er niet genoeg eiwitten van beschikbaar zijn. Essentiële aminozuren zijn aminozuren die een paard zelf niet aan kan maken in het lichaam en die daarom via de voeding binnen moet krijgen. De essentiële aminozuren waar het vaakst een tekort aan is in het (ruw)voer en die een  bottleneckfunctie hebben bij het bouwen van eiwitten zijn: lysine, methionine en threonine. Deze aminozuren zijn extra belangrijk en zijn eigenaren van paarden met PSSM type 2 die al veel succes boeken met het voeren van slechts deze drie aminozuren.

Voorbeelden van rijk en geschikt voer voor paarden met PSSM type 2 luzerne, esparette en soja moet bij vermeld worden dat niet elk paard deze voedingsmiddelen zelfs goed verdraagt. Ook hennep (de gemalen hele plant met een te verwaarlozen aandeel THC) is al met succes gebruikt voor paarden met PSSM type 2. Er kan ook voor worden gekozen aminozuren/eiwitten toe te voegen in de vorm van een supplement. Deze zijn afwijking op basis van wei, daar wei een zeer compleet aminozurenprofiel heeft. Wei kan ook in licht bewerkte vorm aan paarden worden gevoerd in de vorm van weiconcentraat of wei-isolaat. Een alternatieve eiwitbron die geschikt is voor paarden is dat erwteneiwitpoeder.

Uit ervaring is geen positief effect van extra vitamine E bij paarden met SM type 2, hoewel dit ook niet contra zal zijn.

Het dient te worden dat PSSM type 2 gebruikt suikeropslagprobleem is en dat een dieet geschikt is voor een paard met PSSM type 1 voor dergelijke paarden niet (voldoende) zal helpen! Over het algemeen kunnen paarden met PSSM type 2 wel gewoon op de wei, in tegenstelling tot paarden met PSSM type 1.

PSSM type 2 – beweging

Er is tot nu toe erg weinig bekend over op welke soort beweging paarden met PSSM type 2 het over het algemeen het beste doen. Gezien de constante spierafbraak bij het geval van stijfheid geen zin te daar deze paarden niet zijn bij de afvoer van beweginge suikers in de spieren. Het lijkt meer waarschijnlijk dat extra beweging meer spierschade veroorzaakt.

Behandeling:

Met de bioresonantie, gezondheidsscan.

Na lang uittesten en resultaten op ons zelf, honden hebben we besloten de gezondheidscan ook voor jullie te dieren aan te bieden.

Het blijft moeilijk om haarfijn uit te leggen hoe het is, maar dat werkt niet.

De gezondheidsscan gebeurt aan de hand van een computerprogramma en is een techniek Met behulp van biofotonen wordt gecommuniceerd met het lichaam. Deze lichttrillingen zijn 1000 tot 10.000er dan elektromagnetische trillingen.

De effecten van soms des te meer.

Met de trillingen kan zowel naar het DNA worden gestuurd informatie van het DNA worden ontvangen door te kijken hoe het DNA reageert op uitvoering frequenties.

Dit wordt ook wel informatiegeneeskunde of trillingsgeneeskunde genoemd. (zoals bij de MRI-scan)

meer info over



Bronnen:

https://cvm.msu.edu/research/faculty-research/valberg-laboratory/type-1-polysaccharide-storage-myopathie

Over de schrijver
Reactie plaatsen